30 Maart 2026
Een van de bekendste weerspreuken is “Maart roert zijn staart”. Het weer kan alle kanten op. Van een rustige zonnige dag naar hagel en koude wind.
De oorzaak hiervan ligt vooral in de grote temperatuurverschillen. Vooral in de laatste week kan het per uur omslaan. Weersvoorspellingen zijn net als het voorspellen van de gang van zaken op de financiële markten. Zeker gezien het onvoorspelbare gedrag van de Amerikaanse president Trump. Dat het in enkele minuten kan omslaan bleek vorige week maandag (23 maart). De Stoxx600 opende met een groot verlies van 13 punten een verlies van 2,2%. Koersen daalden verder tot onder de 560. Maar binnen tien minuten steeg de index met 22 punten oftewel bijna 4%. Andere aandelenbeurzen lieten hetzelfde beeld zien. De olieprijs liet een omgekeerd beeld zien. De reden was dat Trump aangaf dat er wellicht een einde zou komen aan de aanvallen op Iran. Maar dat optimisme is nu weer verdwenen. Vele analisten beginnen zich af te vragen hoe lang het gaat duren. En net als met het weer valt er op korte termijn weinig hierover te voorspellen. Ook op de lange termijn zijn de visies uiteenlopend. Sommige strategen gaan uit van een daling van de economische activiteit gepaard gaande met sterk toenemende inflatie. Ze werken met olieprijzen van meer dan $ 200 per vat en inflatie van meer dan 5%. Anderen zien het optimistischer en verwachten een herstel zoals in 2020. Toen daalde de Stoxx600 index van medio februari naar medio maart met 35%. Om daarna in drie maanden weer te stijgen met 35%. Binnen een jaar waren koersen hoger dan voor de grote daling van 2020. Dit optimisme wordt met name gebaseerd op het gegeven dat er weinig presidenten zijn geweest die constant naar de bewegingen op de financiële markten kijken. Trump echter meet zijn succes hieraan af. De bewegingen van vorige week maandag geven aan dat hij de zaak snel kan laten kantelen. Dat maakt het voorspellen wat er gaat gebeuren ook lastig. Wij bezien de situatie voorlopig nog van de optimistische kant. Dat vooral gebaseerd op het gegeven dat hoe vervelend koersdalingen ook zijn het allemaal wel meevalt. Inderdaad is de olieprijs fors gestegen. Maar heel wat minder dan vier jaar geleden. En natuurlijk staat de 10-jaars kapitaalrente op het hoogste niveau in 15 jaar. Maar ook hier is de rentestijging minder dan vier jaar geleden (zie FT4R-2026). Wat ook opvalt is dat de daling van de koersen niet over de gehele linie hetzelfde is zoals 6 jaar geleden. Het duidelijkst voorbeeld is het aandeel Shell, toch een van de belangrijkste aandelen voor veel beleggers, dat deze maand met 14% is gestegen versus een verlies voor de StoXX600 van 9,2%. Een ander voorbeeld is Ahold. Het aandeel heeft deze maand bij 2% verloren maar staat nog altijd op winst voor het jaar van 14%. Als consumenten minder gaan kopen zoals de pessimistische scenario’s voorspellen dan blijkt dat niet uit de koers van Ahold. Natuurlijk is het vertrouwen van consumenten verminderd. Maar zoals zo vaak is wat men zegt vaak anders dan men daadwerkelijk doet. Beleggen op basis van negatief sentiment is vaak niet verstandig.
23 maart 2026
Toen drie weken geleden de aanval op Iran begon stelde onder andere president Trump dat het vier weken zou duren. Derhalve nog een week te gaan.
Maar die “zekerheid” is er duidelijk al lang niet meer. Diverse analisten vrezen voor een langdurig conflict. Hierop reageren de financiële markten met dalingen omdat het de groei van de wereldeconomie negatief kan beïnvloeden. En er lijkt ook nergens een veilige plek te zijn voor beleggers.
De diverse aandelen indices daalden. De S&P500 met 1,5% en staat op een jaarverlies van bijna 5%. De Europese StoXX600 raakte in de week 3,8% kwijt. Goud is volgens de traditie een goede bescherming in tijden van oorlog. En ook als de inflatie sterk zal stijgen. Echter deze week daalde de prijs met meer dan 10%. Zilver, ook wel eens het goud voor de minder kapitaalkrachtige beleggers genoemd, daalde met 16%. Obligaties geven in tijden dat aandelenmarkten dalen enige bescherming. Maar niet deze week. De Amerikaanse 10-jaars rente steeg van 4,28% naar 4,38%. Hogere rente betekent dat de koersen obligaties dalen. De 2-jaars rente steeg van 3,73% naar 3,91%. In Europa kwam de Duitse 10-jarige lening boven de 3%. Iets wat we sinds 2011 niet meer hebben genoteerd. De belangrijkste oorzaak ligt in de olieprijs. Deze is sinds begin van het jaar met 80% gestegen. Voor het voorspellen van de komende ontwikkelingen op de financiële markten is het derhalve van belang wat de olieprijs gaat doen. Echter zoals een analist het stelde: “Als je iemand voor schut wil zetten wat betreft voorspellingen dan moet je vragen wat de olieprijs over drie weken noteert”. Nu is het natuurlijk zo dat dit niet alleen voor de olieprijs het geval maar praktisch voor elke voorspelling op korte termijn. Op de termijnmarkt voor Brent noteert het oktobercontract onder de $ 90. Nu moet daar wel naar worden gekeken maar het kan snel veranderen. Dat zagen we deze week aan de termijncontracten voor de renteontwikkelingen in de Verenigde Staten. Was de notering voor de toonaangevende rente de FED funds nog zodanig dat er werd uitgegaan van twee renteverlagingen dit jaar, inmiddels zijn de noteringen anders. Er wordt nu zelfs uitgegaan van een renteverhoging dit jaar. En daarmee zijn we aangeland bij wellicht de belangrijkste oorzaak van de dalingen zoals boven vermeld. Een hogere rente is vaak slecht voor aandelen. Ook goud wat geen inkomsten geeft is minder aantrekkelijk als de rente hoger is. Het is ook de verklaring waarom de 2-jaars rente in de VS relatief sterk steeg. Dat de Amerikaanse centrale bank tijdens de deze afgelopen week gehouden bijeenkomst de rente niet zou verlagen hadden de meeste analisten rekening mee gehouden. Echter dat er relatief zoveel consensus was binnen het bestuur viel op. Met name Christopher Waller, vaak een pleitbezorger van renteverlagingen, leek zijn standpunt aan te passen. Ook de verwachtingen voor Europa lijken sterk te zijn aangepast. Een maand geleden was de verwachting dat er geen renteaanpassingen zouden komen. Nu gaan analisten uit van renteverhogingen dit jaar. Natuurlijk alles hangt af van de inflatie die er komt vanuit de olieprijs. En daar doen we geen voorspellingen over.
16 maart 2026
Tijdens de Irak-Iran oorlog midden jaren tachtig was er veel speculatie over de zeemijnen die Iran legde in de straat van Hormuz. De “Tanker War” zorgde voor onrust op de financiële markten.
Dat als gevolg van de stijging van de olieprijs die boven de $100 per vat kwam. Hoewel het een ruwe berekening is en er van alles op gecorrigeerd moet worden zou dat nu rond de $140 zijn. Dat is nog altijd hoger dan de huidige prijs van $100. Daarbij komt ook dat de invloed van alternatieve energie groter is dan ruim 40 jaar geleden.
Stelden we vorige week dat de olieschok beperkt was, enkele uren later was dit al niet meer het geval. Maandag 9 maart was een van de sterkste stijgingen ooit voor de een vat olie. En wat vandaag (16 maart) de olieprijs zal gaan doen valt niet te voorspellen en heeft dus ook geen zin om dat te proberen. Wel lijkt het niet logisch dat Iran in de hele straat van Hormuz mijnen zal leggen. Immers men wil dat schepen van bevriende staten zoals India en China wel kunnen doorvaren. Zoals vaak bij geopolitieke conflicten hebben veel analisten een mening erover maar niemand kan het juist voorspellen. Aan de dagelijkse bewegingen op de oliemarkten moet ook niet al te veel aandacht worden besteed. Ter herinnering zes jaar geleden bereikte de olieprijs zelfs een negatieve waarde. Dat natuurlijk alleen op de termijnhandel. In 2020 daalde de olieprijs met ruim 80%. Als we kijken naar de volatility index van ruwe olie dan staat deze op 120. Dit impliceert dat of een stijging van 120% komt of een daling met hetzelfde percentage. Derhalve weer negatieve prijzen op de papieren markt. Alle aandacht voor de olieprijs heeft natuurlijke een reden, namelijk hoe vertaalt dit zich in de inflatie. En omdat er geen wiskundige formule is, zijn er diverse meningen. Zo stelt David Rosenberg van het Rosenberg Research dat de inflatie juist fors gaat dalen als gevolg van de stijging van de olieprijs. Zijn redenatie is dat consumenten, nu zij meer moeten betalen voor energie, zullen gaan bezuinigen op andere consumentenproducten. Fabrikanten zullen door die vraaguitval de prijzen verlagen. Het andere scenario is de zogenoemde stagflatie. Een stagnerende economie met sterke inflatie. Deze week komt de Amerikaanse centrale bank (FED) bijeen om te spreken over de vooruitzichten. Voorspellingen zullen er komen over de verwachte groei van de Amerikaanse economie en de inflatieverwachting. In het algemeen wordt niet verwacht dat de centrale bank de rente zal gaan verlagen. Maar dat was voor de aanval van de VS en Israël op Iran ook al niet het geval. De komende vergadering van de FED is de een na laatste van Jerome Powell. Zoals bekend zal hij in mei als voorzitter aftreden. Vraag is of hij lid blijft van de FED. Die kans lijkt sinds de uitspraak van een rechter vrijdag toegenomen te zijn. Deze oordeelde dat de aanklachten tegen de voorzitter door het ministerie van justitie op nauwelijks enig bewijs zijn gebaseerd en dus vervolging niet mag. Powell kan dus blijven deelnemen zonder de indruk te vestigen dat hij dit doet om de aanklachten te ontlopen. Hij zal zich dan ook blijven verzetten tegen te politiek gemotiveerde renteaanpassingen. Echter als inderdaad de economische groei negatief beïnvloed wordt door de hogere olieprijs zal hij zeker stemmen voor een verlaging.
9 Maart 2026 (deze analyse is gemaakt op zaterdag de olieprijs van maandag was nog niet bekend)
De voorspelling vorige week was correct. De olieprijs steeg de afgelopen week. Nu kon iedereen natuurlijk voorspellen dat met de aanval op Iran de prijs zou stijgen.
De stijging moet in perspectief worden gezien. Allereerst kwam de prijs van een vat Brent pas vrijdag met $ 92 boven het niveau van twee jaar geleden. Natuurlijk is het wel 50% hoger dan het laagste niveau van minder dan $ 60 per vat Brent dat in december vorig jaar werd genoteerd.
Een tweede nuance die moet worden gezet is dat de stijging met 8% van maandag nadat de markten openden relatief beperkt was. Volgens een analyse staat 2 maart 2026 pas op plaats 38 van sterkste stijgingen van de olieprijs sinds 1990. Kijken we naar de termijnmarkt dan staat het contract voor volgend jaar op een niveau van $ 72. De “olieschok“ is dus minder sterk als sommige media meldden. Maar een schok was het wel voor diverse aandelenbeurzen. En dan is de koersontwikkeling van de Koreaanse beursindex de Kospi wel de meest in het oog springend. Op 4 maart daalde de index met 12% om een dag later weer te herstellen met 9,6%. Ook hier een nuance. Voor het jaar 2026 staat deze index nog altijd 32% hoger. Versus een jaar geleden is de winst 117%. De in het algemeen wordt gezien als de belangrijkste index is de S&P 500. Deze kwam deze week op het laagste niveau van dit jaar. Ten opzichte van het hoogste niveau van eind januari is dit een daling van iets meer dan 4%. Voor de week daalde de index met 2%. Men mag dan spreken van een beperkte reactie. Bijna exact zes jaar geleden tijdens de Covid 19 uitbraak daalde de S&P500 met 16% in een week tijd. Dalingen van meer dan 5% in een week tijd komen slechts sinds 1980 in 1,7% van de weken voor. Een van de laatste was vier jaar geleden na de Russische inval van Oekraïne. Ned Davis Research maakte afgelopen week een overzicht van de reacties van S&P500 na een grote geopolitieke gebeurtenis. Dan reageerde de S&P500 negatief op de gebeurtenissen van vier jaar geleden. Een maand na de inval stond de index op een verlies van 7% en 12 maanden later was het verlies 11%. Maar dat lijkt een uitzondering te zijn. Het verdrijven van het Irakese leger uit Koeweit in 1991 door een coalitie onder leiding van de Verenigde Staten zorgde voor een stijging van de index na een maand van 17%. Een jaar later was de stijging 32%. Eenzelfde beeld zagen we tijdens de inval van de VS van Irak in 2003, toen de index na een jaar 27% hoger stond. De relatief geringe reactie van de aandelenmarkten voorspelt dat de economie niet ernstig zou gaan lijden onder de hoge olieprijs. Voor de Amerikaanse economie is dat ook logisch. In tegenstelling tot de olieschok in de jaren zeventig is de VS sinds 2001 een exporterende olie economie. Natuurlijk draagt een hogere olieprijs bij aan de inflatie. Elke $ 10 stijging zorgt volgens economen voor een inflatiestijging van 0,2% tot 0,4%. Dat zou ervoor kunnen zorgen dat de centrale bank in de VS de rente niet snel zal verlagen. Op zichzelf niet negatief voor de aandelenmarkt. En dat ook wereldwijd. De Saudische aandelen index stond zondag op een winst van meer dan 2%. Wellicht een indicatie voor de rest van aandelenmarkten de komende week.
2 Maart 2026
Het is de bekende open deur. “Voorspellen is moeilijk, vooral als het om de toekomst gaat”. Een uitspraak toegeschreven aan de Deense natuurkundige Niels Bohr.
Voorspellen is iets waar beleggers constant mee te maken hebben. Zeker nu met de aanval van Israël en de Verenigde Staten op Iran. Er zijn weinig vergelijkbare situaties. De aanval vorig jaar juni was een kortstondige. Nu lijkt het erop dat dit geen korte aanval is maar een die dagen zo niet weken kan duren.
Wellicht gaat de vergelijking op met vier jaar geleden. De Russische inval in Oekraïne. Toen steeg de olieprijs met meer dan 40%. De redenatie hierachter was dat de export van Russische olie zou stilvallen waardoor er tekort zou ontstaan op de wereldmarkt. Echter na de stijging daalde de prijs al snel. Ook nu is de verwachting dat als de gereguleerde markten open gaan de prijs zal stijgen. Wellicht (veel) minder dan vier jaar geleden. Simpelweg omdat Iran een kleinere olieproducent is dan Rusland. Iran produceert ongeveer 3% van de totale wereldwijde olieproductie. Maar het grootste probleem voor de oliemarkt is in hoeverre de golfstaten worden belemmerd in de export omdat Iran ook hen heeft aangevallen als vergelding. Een van de eerste analyses afgelopen zaterdag door de Britse bank Barclays spreekt van een prijs van meer dan $ 100 per vat voor Brent. Dat zou een stijging inhouden van ruim 30% versus de slotkoers van vrijdag van $73. Een aantal olieproducerende landen kwamen gisteren (zondag 1 maart) al bij elkaar om te spreken over een mogelijke productieverhoging. Dat zou de prijsstijging kunnen verminderen. Over de verdere gevolgen kan op dit moment alleen maar worden gespeculeerd. Een hogere olieprijs zal het probleem voor de Amerikaanse centrale bank (FED) alleen maar groter maken omdat de inflatie zal gaan stijgen. Een renteverlaging op korte termijn lijkt dan ook niet meer te verwachten. Hoe graag president Trump dit ook zou willen. De lange termijn rente lijkt de komende tijd wel verder te gaan dalen. Amerikaanse obligaties worden in tijden van crisis gezien als een veilige belegging. In het verlengde daarvan zal ook de Amerikaanse dollar gaan stijgen. Afgelopen maand is de munt al gestegen wat de eerste stijging op maandbasis was sinds vorig jaar oktober. Ook goud lijkt verder te kunnen stijgen met het bekende argument dat het een veilige haven is. Voor de meeste beleggers zal vooral de reactie op de aandelenmarkten van belang zijn. De aandelenmarkt in Saudi-Arabië was zondag geopend. In de opening verloor de index 5%. Maar na een uur handelen was het verlies 2%. Een dergelijk beeld zien we wellicht ook in Europa en de Verenigde Staten. Ook hier gaat de vergelijking met vier jaar geleden op. Destijds was er ook eerst een daling om daarna weer te herstellen. De ervaring leert dat politieke conflicten vaak weer snel naar de achtergrond zullen gaan. Onrust rondom Iran is er al meer dan 40 jaar. Belangrijker is en blijft de ontwikkeling van de winsten. En als we kijken naar de jaarcijfers van de diverse bedrijven dan kan worden gesteld dat ze nog altijd gunstig zijn. Zeker uit de cijfers van Nvidia afgelopen week kan niet worden gesteld dat bedrijven nog altijd fors investeren.