Deze inhoud is beschermd met een wachtwoord. Voer hieronder je wachtwoord in om het te bekijken.

16 maart 2026

Tijdens de Irak-Iran oorlog midden jaren tachtig was er veel speculatie over de zeemijnen die Iran legde in de straat van Hormuz. De “Tanker War” zorgde voor onrust op de financiële markten.

Dat als gevolg van de stijging van de olieprijs die boven de $100 per vat kwam. Hoewel het een ruwe berekening is en er van alles op gecorrigeerd moet worden zou dat nu rond de $140 zijn. Dat is nog altijd hoger dan de huidige prijs van $100. Daarbij komt ook dat de invloed van alternatieve energie groter is dan ruim 40 jaar geleden.

Stelden we vorige week dat de olieschok beperkt was, enkele uren later was dit al niet meer het geval. Maandag 9 maart was een van de sterkste stijgingen ooit voor de een vat olie. En wat vandaag (16 maart) de olieprijs zal gaan doen valt niet te voorspellen en heeft dus ook geen zin om dat te proberen. Wel lijkt het niet logisch dat Iran in de hele straat van Hormuz mijnen zal leggen. Immers men wil dat schepen van bevriende staten zoals India en China wel kunnen doorvaren.  Zoals vaak bij geopolitieke conflicten hebben veel analisten een mening erover maar niemand kan het juist voorspellen. Aan de dagelijkse bewegingen op de oliemarkten moet ook niet al te veel aandacht worden besteed. Ter herinnering zes jaar geleden bereikte de olieprijs zelfs een negatieve waarde. Dat natuurlijk alleen op de termijnhandel. In 2020 daalde de olieprijs met ruim 80%. Als we kijken naar de volatility index van ruwe olie dan staat deze op 120. Dit impliceert dat of een stijging van 120% komt of een daling met hetzelfde percentage. Derhalve weer negatieve prijzen op de papieren markt. Alle aandacht voor de olieprijs heeft natuurlijke een reden, namelijk hoe vertaalt dit zich in de inflatie. En omdat er geen wiskundige formule is, zijn er diverse meningen. Zo stelt David Rosenberg van het Rosenberg Research dat de inflatie juist fors gaat dalen als gevolg van de stijging van de olieprijs. Zijn redenatie is dat consumenten, nu zij meer moeten betalen voor energie, zullen gaan bezuinigen op andere consumentenproducten. Fabrikanten zullen door die vraaguitval de prijzen verlagen. Het andere scenario is de zogenoemde stagflatie. Een stagnerende economie met sterke inflatie. Deze week komt de Amerikaanse centrale bank (FED) bijeen om te spreken over de vooruitzichten. Voorspellingen zullen er komen over de verwachte groei van de Amerikaanse economie en de inflatieverwachting. In het algemeen wordt niet verwacht dat de centrale bank de rente zal gaan verlagen. Maar dat was voor de aanval van de VS en Israël op Iran ook al niet het geval. De komende vergadering van de FED is de een na laatste van Jerome Powell. Zoals bekend zal hij in mei als voorzitter aftreden. Vraag is of hij lid blijft van de FED. Die kans lijkt sinds de uitspraak van een rechter vrijdag toegenomen te zijn. Deze oordeelde dat de aanklachten tegen de voorzitter door het ministerie van justitie op nauwelijks enig bewijs zijn gebaseerd en dus vervolging niet mag. Powell kan dus blijven deelnemen zonder de indruk te vestigen dat hij dit doet om de aanklachten te ontlopen. Hij zal zich dan ook blijven verzetten tegen te politiek gemotiveerde renteaanpassingen. Echter als inderdaad de economische groei negatief beïnvloed wordt door de hogere olieprijs zal hij zeker stemmen voor een verlaging.

 

 

Deze inhoud is beschermd met een wachtwoord. Voer hieronder je wachtwoord in om het te bekijken.

9 Maart 2026 (deze analyse is gemaakt op zaterdag de olieprijs van maandag was nog niet bekend)

De voorspelling vorige week was correct. De olieprijs steeg de afgelopen week. Nu kon iedereen natuurlijk voorspellen dat met de aanval op Iran de prijs zou stijgen. 

De stijging moet in perspectief worden gezien. Allereerst kwam de prijs van een vat Brent pas vrijdag met $ 92 boven het niveau van twee jaar geleden. Natuurlijk is het wel 50% hoger dan het laagste niveau van minder dan $ 60 per vat Brent dat in december vorig jaar werd genoteerd.

Een tweede nuance die moet worden gezet is dat de stijging met 8% van maandag nadat de markten openden relatief beperkt was. Volgens een analyse staat 2 maart 2026 pas op plaats 38 van sterkste stijgingen van de olieprijs sinds 1990. Kijken we naar de termijnmarkt dan staat het contract voor volgend jaar op een niveau van $ 72. De “olieschok“ is dus minder sterk als sommige media meldden. Maar een schok was het wel voor diverse aandelenbeurzen. En dan is de koersontwikkeling van de Koreaanse beursindex de Kospi wel de meest in het oog springend. Op 4 maart daalde de index met 12% om een dag later weer te herstellen met 9,6%. Ook hier een nuance. Voor het jaar 2026 staat deze index nog altijd 32% hoger. Versus een jaar geleden is de winst 117%. De in het algemeen wordt gezien als de belangrijkste index is de S&P 500. Deze kwam deze week op het laagste niveau van dit jaar. Ten opzichte van het hoogste niveau van eind januari is dit een daling van iets meer dan 4%. Voor de week daalde de index met 2%. Men mag dan spreken van een beperkte reactie. Bijna exact zes jaar geleden tijdens de Covid 19 uitbraak daalde de S&P500 met 16% in een week tijd. Dalingen van meer dan 5% in een week tijd komen slechts sinds 1980 in 1,7% van de weken voor. Een van de laatste was vier jaar geleden na de Russische inval van Oekraïne. Ned Davis Research maakte afgelopen week een overzicht van de reacties van S&P500 na een grote geopolitieke gebeurtenis. Dan reageerde de S&P500 negatief op de gebeurtenissen van vier jaar geleden. Een maand na de inval stond de index op een verlies van 7% en 12 maanden later was het verlies 11%. Maar dat lijkt een uitzondering te zijn. Het verdrijven van het Irakese leger uit Koeweit in 1991 door een coalitie onder leiding van de Verenigde Staten zorgde voor een stijging van de index na een maand van 17%. Een jaar later was de stijging 32%. Eenzelfde beeld zagen we tijdens de inval van de VS van Irak in 2003, toen de index na een jaar 27% hoger stond. De relatief geringe reactie van de aandelenmarkten voorspelt dat de economie niet ernstig zou gaan lijden onder de hoge olieprijs. Voor de Amerikaanse economie is dat ook logisch. In tegenstelling tot de olieschok in de jaren zeventig is de VS sinds 2001 een exporterende olie economie. Natuurlijk draagt een hogere olieprijs bij aan de inflatie. Elke $ 10 stijging zorgt volgens economen voor een inflatiestijging van 0,2% tot 0,4%. Dat zou ervoor kunnen zorgen dat de centrale bank in de VS de rente niet snel zal verlagen. Op zichzelf niet negatief voor de aandelenmarkt. En dat ook wereldwijd. De Saudische aandelen index stond zondag op een winst van meer dan 2%. Wellicht een indicatie voor de rest van aandelenmarkten de komende week.

 

Deze inhoud is beschermd met een wachtwoord. Voer hieronder je wachtwoord in om het te bekijken.

2 Maart 2026

Het is de bekende open deur. “Voorspellen is moeilijk, vooral als het om de toekomst gaat”.  Een uitspraak toegeschreven aan de Deense natuurkundige Niels Bohr.

Voorspellen is iets waar beleggers constant mee te maken hebben. Zeker nu met de aanval van Israël en de Verenigde Staten op Iran. Er zijn weinig vergelijkbare situaties. De aanval vorig jaar juni was een kortstondige. Nu lijkt het erop dat dit geen korte aanval is maar een die dagen zo niet weken kan duren.

Wellicht gaat de vergelijking op met vier jaar geleden. De Russische inval in Oekraïne. Toen steeg de olieprijs met meer dan 40%. De redenatie hierachter was dat de export van Russische olie zou stilvallen waardoor er tekort zou ontstaan op de wereldmarkt. Echter na de stijging daalde de prijs al snel. Ook nu is de verwachting dat als de gereguleerde markten open gaan de prijs zal stijgen. Wellicht (veel) minder dan vier jaar geleden. Simpelweg omdat Iran een kleinere olieproducent is dan Rusland. Iran produceert ongeveer 3% van de totale wereldwijde olieproductie. Maar het grootste probleem voor de oliemarkt is in hoeverre de golfstaten worden belemmerd in de export omdat Iran ook hen heeft aangevallen als vergelding. Een van de eerste analyses afgelopen zaterdag door de Britse bank Barclays spreekt van een prijs van meer dan $ 100 per vat voor Brent. Dat zou een stijging inhouden van ruim 30% versus de slotkoers van vrijdag van $73. Een aantal olieproducerende landen kwamen gisteren (zondag 1 maart) al bij elkaar om te spreken over een mogelijke productieverhoging. Dat zou de prijsstijging kunnen verminderen. Over de verdere gevolgen kan op dit moment alleen maar worden gespeculeerd. Een hogere olieprijs zal het probleem voor de Amerikaanse centrale bank (FED) alleen maar groter maken omdat de inflatie zal gaan stijgen. Een renteverlaging op korte termijn lijkt dan ook niet meer te verwachten. Hoe graag president Trump dit ook zou willen. De lange termijn rente lijkt de komende tijd wel verder te gaan dalen. Amerikaanse obligaties worden in tijden van crisis gezien als een veilige belegging. In het verlengde daarvan zal ook de Amerikaanse dollar gaan stijgen. Afgelopen maand is de munt al gestegen wat de eerste stijging op maandbasis was sinds vorig jaar oktober. Ook goud lijkt verder te kunnen stijgen met het bekende argument dat het een veilige haven is. Voor de meeste beleggers zal vooral de reactie op de aandelenmarkten van belang zijn. De aandelenmarkt in Saudi-Arabië was zondag geopend. In de opening verloor de index 5%. Maar na een uur handelen was het verlies 2%. Een dergelijk beeld zien we wellicht ook in Europa en de Verenigde Staten. Ook hier gaat de vergelijking met vier jaar geleden op. Destijds was er ook eerst een daling om daarna weer te herstellen. De ervaring leert dat politieke conflicten vaak weer snel naar de achtergrond zullen gaan. Onrust rondom Iran is er al meer dan 40 jaar. Belangrijker is en blijft de ontwikkeling van de winsten. En als we kijken naar de jaarcijfers van de diverse bedrijven dan kan worden gesteld dat ze nog altijd gunstig zijn. Zeker uit de cijfers van Nvidia afgelopen week kan niet worden gesteld dat bedrijven nog altijd fors investeren.

 

Deze inhoud is beschermd met een wachtwoord. Voer hieronder je wachtwoord in om het te bekijken.

23 Februari 2026

De kredietcrisis in 2008 ontstond niet met de ondergang van Lehman Brothers. Al een jaar eerder waren er signalen dat er spanningen in het systeem zaten.

Een van die eerste signalen was het bevriezen van drie beleggingsfondsen door de Franse bank BNP-Paribas. Deze asset-backed securities (ABS) hadden de vertrouwenwekkende namen als  BNP Paribas ABS Euribor en BNP Paribas ABS Eonia. Fondsen die erop waren gericht om beleggers een hoger inkomen te laten krijgen dan met spaargeld.

Echter het was geen spaargeld. De gelden werden belegd in uiteindelijk Amerikaanse hypotheken. Daar nam het aantal wanbetalingen sterk toe. De markt in deze ABS leningen kwam volledig op slot te zitten en derhalve konden er ook geen waarde van worden bepaald. Wel begonnen beleggers de aandelen in de ABS fondsen te verkopen. Bij zo’n verkoopdruk moeten de beheerders van het fonds de bezittingen liquide maken. Echter dit was niet mogelijk. Het enige wat er dan op zit is de handel in deze beleggingsfondsen op te schorten. Beleggers konden derhalve niet meer over hun geld beschikken. Het was destijds een klein bericht maar met de kennis van nu de zogenoemde “kanarie in de kolenmijn”. Mijnwerkers namen kanaries mee in de kolenmijnen. Stierf zo’n vogel dan was dat een teken dat er levensgevaarlijke gassen waren in de mijn. Sinds de gebeurtenissen van augustus 2007 zijn analisten altijd op zoek of er “kanariesignalen” zijn. Zoals vaker vermeld is een van de grootste zorgen de enorme groei in private equity (PE). Beleggers kopen geen liquide beursgenoteerde bedrijven maar geven een PE belegger de vrijheid om geld te lenen of aandelen te kopen in kleine niet beursgenoteerde bedrijven. Dit soort bedrijven hebben als voordeel dat ze sterk kunnen groeien. Er worden dan ook vaak forse rendementen beloofd. Maar het kan ook mis gaan. Dat bleek deze week wel rondom Accell. In 2022 werd de fabrikant van fietsen (o.a. Batavus) van de beurs gehaald door een van de grootste PE fondsen KKR. Deze week moest KKR de aandelen Accell overdragen aan de schuldeisers gezien de aanhoudende verliezen bij Accell. Nu kan KKR gezien de omvang dit verlies wel hebben. Maar het geeft aan dat ook de grote PE fondsen ondanks de enorme kennis die ze hebben de plank wel eens misslaan. Ook kwam afgelopen week het bericht over Blue Owl. Deze vermogensbeheerder heeft drie fondsen die met name beleggen in leningen die worden verstrekt aan kleinere ondernemingen. Zogenoemde Private Credit funds. Beleggers konden per kwartaal hun aandelen verkopen in de diverse fondsen die Blue Owl had opgezet. Dat is nu stopgezet en men is bezig om de leningen te verkopen waar het in heeft belegd. Dat is nu voor 34% gelukt maar wat de waarde is van de rest is onduidelijk. Een maand geleden had ‘s werelds grootste vermogensbeheerder Blackrock gelijksoortige problemen bij haar fonds TCPC. De komende week publiceert het fonds haar resultaten en daar wordt natuurlijk met belangstelling naar uitgekeken. Of deze “kanaries” grotere problemen voor de komende maanden voorspellen is natuurlijk niet zeker. De liquide beurzen geven nu nog geen signaal van problemen.

 

Deze inhoud is beschermd met een wachtwoord. Voer hieronder je wachtwoord in om het te bekijken.

16 Februari 2026

De 50.000 voor de Dow Jones Industral Average werd vrijdag 6 februari bereikt. Ook begin van de week sloot de bekendste index een aantal keren boven de 50.000.

De hoogste stand aller tijden voor deze index. En dat binnen twee jaar nadat de 40.000 was bereikt in mei 2024. Als index een rond getal bereiken zorgt dat altijd voor krantenkoppen. Nu is zoals vaker aangegeven de Dow Jones een index met vele gebreken. Vooral omdat deze uit maar 30 aandelen bestaat.

De S&P500 bevat 500 aandelen en is dan ook in principe een betere indicator van het sentiment op de aandelenbeurzen. Het historisch hoogste niveau werd eind januari bereikt op 7.000. Aandelenindexen van andere landen bereikten de afgelopen weken eveneens recordstanden. De Europese StoXX600 bereikte afgelopen donderdag de hoogste stand aller tijden. De afgelopen week kwam ook de Japanse aandelenindex de Nikkei 225 op het hoogste niveau ooit. Datzelfde geldt voor de Zuid-Koreaanse Kospi index. Deze index is in sinds juni vorig jaar met 100% gestegen. De Chinese beursindex (CSI300) is een dissonant. De hoogste koers aller tijden is van vijf jaar geleden en staat nu ruim 20% lager dan het niveau van februari 2021. Dan volgt natuurlijk altijd de vraag of de indexen die op het hoogste niveau aller tijden staan en wellicht de komende jaren met eenzelfde percentage dalen als de Chinese beursindex. Nu is het een verkeerd uitgangspunt om te stellen dat na het bereiken van een nieuw record het tijd wordt om uit de markt te stappen. Als voorbeeld de Kospi. Deze bereikte in november vorig jaar het hoogste niveau op 4.200. En na een 10% reactie in twee weken tijd werd de stijging hervat naar het huidige niveau van 5.500. De verkopers op 4.200 hebben derhalve maar kort gelijk gehad. Maar zoals dat altijd bij beleggingsadviezen staat: “De historie is geen garantie voor de toekomst”. In de Verenigde Staten komen steeds meer adviezen om uit de markt te stappen. Voor een deel wordt dit gebaseerd op de zogenoemde Super Bowl indicator. De winnaar van deze American Football wedstrijd waren Seattle Seahawks. Volgens deze indicator zou dat betekenen dat de aandelenkoersen het komend jaar zullen dalen. En inderdaad de afgelopen week daalde de S&P500 met 1,4%. Daarmee komt de index op een jaarverlies zij het een beperkte 0,14%. Nu is het onverstandig om op basis van de Super Bowl index een beleggingsbeleid te voeren. De indicator is namelijk even vaak fout als goed dus statistisch irrelevant. Wat kunnen beleggers die zich zorgen maken over de toekomst doen. Natuurlijk kan men alles verkopen. En dan op een spaarrekening zetten. Nu neemt de inflatie in Europa af. Over de maand januari was deze op jaarbasis 1,7%. Dat is nog altijd hoger dan de gemiddelde spaarrente bij diverse banken. Oftewel liquiditeiten zijn dus verliesgevend. 10-jarige obligaties hebben een hogere rente. Voor 10-jarige leningen 2,8%. Maar zoals in FT2R-2026 is het risico in obligaties nog altijd aanwezig. Andere alternatieven zoals goud of bitcoin hebben de afgelopen weken ook geen bescherming geboden. De simpele conclusie is dat aandelen nog altijd aantrekkelijk zijn. Anders bereikten ze ook geen record op record.

 

 

Secret Link