Statistieken wijzen op verdere stijging

20 juli 2020

Vorige week stelden we dat het “momentum” beleggen wellicht in de laatste fase zou zijn. De hoge verwachtingen moeten wel in concrete cijfers te zien zijn.

De koersreactie van Netflix op de cijfers is daar een voorbeeld van (FT14VS Last Dance). Amerikaanse banken echter rapporteerden een van de beste kwartalen in de afgelopen tien jaar. De vijf grootste banken lieten een winst zien van $ 33,4 mrd. De S&P500 financial steeg in de afgelopen week met 2%. Dat zorgde ervoor dat de S&P500 de afgelopen week 1,25% steeg.
De Nasdaq index daarentegen waar veel momentum aandelen in zitten daalde met 1,1%. Het komt niet vaak voor dat de twee indexen een verschillend beeld laten zien. De 2,35% performance verschil is het grootste sinds 2016. Het is dan ook niet vreemd dat veel analisten nu denken dat de draai is gekomen. Oftewel de waarde aandelen zullen de komende tijd de sector zijn waar de belegger de aandacht op moet richten. De analisten wijzen ook op de beweging van 13 juli. In de ochtend was de Nasdaq100 (de kleinere Nasdaq) 2% hoger om uiteindelijk 2% lager te sluiten. Iets wat niet vaak gebeurt. Sterker nog het is maar 9 keer eerder voorgekomen dat er een zogenaamde “Key reversalday” van meer dan 1% is geweest. En 2% is nog zeldzamer, daarvoor moeten we terug naar 7 maart 2007 volgens Sundial Capital Research. Dit onderzoeksbureau weet ook te melden de Nasdaq in 60% van de gevallen na zo’n key reversalday gemiddeld 4,4% lager staat binnen zes maanden. Bij BTIG kijkt strateeg Julian Emanuel naar het verschil in volatiliteit van de twee indexen S&P500 en Nasdaq100. Gezien de verschillen komt ook hij tot de conclusie dat de momentumaandelen de komende tijd het moeilijk zullen krijgen. Maar zal de voorspelde daling van de Nasdaq ook niet resulteren in een daling van alle andere beursindices zoals tijdens de dotcomkrach in 2000? Als we kijken naar de put/call ratio lijkt dat niet. Dit getal geeft de verhouding aan van het aantal putopties (gekocht door beleggers die vrezen voor een daling) tot de callopties (gekocht door de optimisten). Deze stond woensdag op 0,38 wat aangeeft dat er meer callopties worden gekocht dan puts. Die 0,38 is 40% lager dan het gemiddelde over de afgelopen vijf jaar. In het kort: veel optiekopers zetten in een op forse stijging de komende tijd. “Het lijkt erop dat beleggers de markt niet meer voorzichtig benaderen” aldus Chris Dillon van T Rowe Price. Strikt genomen kan een fundamenteel analist weinig met bovengemelde data. Waar het uiteindelijk om gaat is hoe bedrijven de winsten zien ontwikkelen en inspelen op de nieuwe economische omstandigheden. En de voortekenen zijn zeker niet ongunstig. Akzo-Nobel liet in haar voorlopige resultaten zien dat het begin van het tweede kwartaal zeer slecht was maar dat in de rest van het kwartaal de zaken beduidend beter gingen. Eenzelfde beeld schetste TomTom. De resultaten van Heineken (ook tussentijds) valt eenzelfde beeld op te maken. Tot veel optimisme laten de bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen zich niet verleiden. Dat laten ze duidelijk aan beleggers over.