Niet elke spread duidt op een recessie

4 april 2022

We schreven het al begin van het jaar. Voorspellen wat er in twaalf maanden gaat gebeuren is weinig zinvol. Er kan namelijk van alles gebeuren waar weinigen rekening mee hebben gehouden.

En ook dit jaar is dat zo. De inval van Rusland in Oekraïne werd niet vaak vermeld in de visies voor 2022. Over de lange termijn gevolgen van dit conflict is er veel verschil van mening. Ook de krach in de obligatiemarkten (zie FT6R-2022) is iets dat niet in de visie stond. Natuurlijk was er een rentestijging voorzien. Maar veel strategen hadden die visie al in 2020 en 2021 zonder dat dit gebeurde. Een derde niet voorziene situatie is de inflatie. Ook hier een stijging was verwacht maar niet in de mate die we nu zien vooral door stijging van de energieprijzen.

Maar stel dat iemand wel de wonderbaarlijke gave had om dit alles te voorzien. In het verlengde van deze perfecte visie zou een forse daling van de aandelenmarkten zijn voorspeld. Want deze categorie zou in paniek reageren. De S&P500 steeg de afgelopen maand met 3,6%. Daarmee was het verlies voor het kwartaal met al haar onverwachte negatieve ontwikkelingen “slechts” 5%. Daarbij moet ook vermeld worden dat we het jaar praktisch op het hoogste niveau aller tijden begonnen voor deze index. Hetzelfde beeld is er voor de Europese StoXX600 index. Het jaarverlies is op dit moment meer dan 6% maar ten opzichte van 8 maart van dit jaar is de deze index met meer dan 10% gestegen. Een verder herstel kan plaatsvinden want de maand april is in principe voor aandelen een gunstige maand. In de afgelopen 25 jaar was de gemiddelde winst 2,3%. Maar de meningen zijn zoals altijd verdeeld ,om het eufemistisch te stellen. Het grootste discussiepunt is op dit moment waarom de aandelenmarkten niet reageren op de dramatische dalingen van obligaties. Die dalingen zorgde ervoor dat in de Verenigde Staten het verschil tussen 2 jaar en 10 jaar negatief is geworden. Oftewel de 2 jarige rente heeft een hoger rendement (2,46%) dan de 10 jarige (2,38%). In de ogen van diverse analisten is dit een zogenoemde recessie indicator. Enkele maanden nadat deze indicator negatief is vertraagt de economische groei. En een lagere groei gaat gepaard met lagere winsten voor bedrijven dus ook lagere aandelenkoersen. Nu is er veel kritiek op deze indicator. Er is inderdaad regelmatig een recessie gevolgd bij een negatieve stand maar veel vaker gebeurde er helemaal niets met de economische groei. Volgens voormalig FED econoom Arturo Estrella moet men niet kijken naar het verschil tussen 2 en 10 jaar maar naar het verschil tussen 3 maanden en 10 jaar. En dat verschil loopt sterk op wat juist niet duidt op een recessie maar een sterke groei van de economie. Volgens anderen, zoals Citigroup strategist Robert Buckland, moet er meer worden gekeken naar de reële rente. Weliswaar is de 10-jarige rente gestegen maar de inflatie is nog sterker gestegen zodat de facto de reële rent is gedaald. En dat is positief voor aandelen. Bovendien als obligaties nog altijd gevaarlijk zijn lijken aandelen aantrekkelijker.