FT17A-2020 Negatieve prijzen zijn er vaker

27 april 2020

Wie in het slotuur van de zaterdagse markt in het dorp loopt weet dat dan de bloemen dan het goedkoopst zijn. De bloemenverkoper moet van zijn handel af.
Wellicht afhankelijk van zijn inkoopprijs verkoopt hij zijn waar tegen een negatieve prijs. Dat liever dan een nog groter verlies als niemand wat koopt. Er zijn wel vaker negatieve prijzen in een economie. Het is dan ook wat vreemd dat de media zoveel aandacht gaven aan de negatieve olieprijs die er even was. En dat vooral dan in de papieren handel oftewel termijncontracten. Deze zijn nuttig. Het geeft producenten zekerheid over de verkoopprijs en kopers zekerheid voor de inkoopprijs.
De prijsvorming wordt gezien als economische indicator. Stijgt de olieprijs op de termijnmarkt dan is dat een indicatie dat het goed gaat met de wereldeconomie. Dat de olieprijs in de huidige crisis onder druk staat is verklaarbaar. De vraagzijde is fors gedaald en het aanbod daalt te weinig. De enorme fluctuaties van de termijncontracten wekken natuurlijk ook de belangstelling van beleggers. Zouden zij rendement kunnen behalen op deze producten? Vandaar dat er een beleggingsfonds is zoals United States Oil Fund (USO). Dat fonds volgt de prijs van de Amerikaanse olie WTI. De beheerder doet niets anders dan het kopen van termijncontracten. Maar omdat een termijncontract een afloopdatum heeft moet hij maandelijks het aflopende contract verkopen en nieuwe contracten van een maand verder kopen. Opvallend was dat USO in de maand maart, terwijl de olieprijs daalde, het belegd vermogen bijna verdubbelde. Dat kan een verklaring zijn dat het fonds gedwongen van haar contracten af moest tegen elke prijs, ook een negatieve. Wat dat betreft roept het vergelijkingen op met de VIX contracten die voor een daling van de beurzen zorgde in 2018 (zie FT6A-2018). Nu zijn niet alleen in de VS particuliere beleggers geïnteresseerd in het direct beleggen in olie via dit soort instrumenten. In Zuid-Korea bijvoorbeeld is het enorm populair onder beginnende beleggers. Ook in China is dit het geval. Volgens diverse media was het vooral de Bank of China die zwaar in de problemen is gekomen met het “Crude oil Treasure”. Duidelijk een naam verzonnen door de marketingafdeling. Sommige beleggers zouden zelf moeten bijstorten omdat zij geïnvesteerd hebben in dit product. Het geeft wederom aan dat veel producten in eerste instantie mooie rendementen lijken te bieden maar wie zich verdiept in de werking al snel tot de conclusie komt dat het te risicovol is.