Correctie

1 maart 2021

Is de zo vaak voorspelde koersreactie dan nu eindelijk begonnen? Na nieuwe historische koersrecords te hebben geboekt zijn aandelen voor het merendeel afgelopen week gedaald. 

Meest prominent is de daling van de Nasdaq. Deze index boekt op 16 februari nog een nieuw record maar nu, twee weken later, is deze ten opzichte van dat record met 6,9% gedaald. Voor de reden van de daling wordt met name de stijgende kapitaalmarktrente aangegeven. Maar de rentestijging moet echter als positief worden gezien zoals gesteld in FT4R-2021.

Een van de grootste dalers is Tesla. In de afgelopen week is de koers met meer dan 13% gedaald. Ten opzichte van de hoogste koers eind januari is de koers met 23% gedaald. Tesla is (op basis van marktkapitalisatie) een van de vijf grootste bedrijven in de Verenigde Staten. Nu moet de forse daling wel in perspectief worden gezet. Ten opzichte van een jaar geleden is de koers nog altijd met bijna 400% gestegen. De koersontwikkeling van dit aandeel was duidelijk in een bubbel terechtgekomen. Immers het bedrijf maakt weliswaar winst maar dat meer door verkoop van emissierechten dan door de productie van elektrische auto’s. En daar is nog bijgekomen dat een deel van de liquiditeiten zijn geïnvesteerd in een bitcoin wat ook nauwelijks als een belegging kan worden gezien. De koersontwikkeling van meer producenten van elektrische auto’s is in februari gedaald. Ook het Chinese NIO is ruim 20% gedaald. Volgens sommige strategen is de daling van deze sector de voorbode van meer problemen op de aandelenmarkt. En dan wijzen zij vooral naar de zogenoemde dot.com crash in het jaar 2000. Er zijn zeker parallellen te trekken. De fors gestegen internetaandelen daalden en zorgden ervoor dat de gehele aandelenmarkt een correctie onderging. Maar verschillen zijn er ook. In de Wall Street Journal maakte James Macintosh de vergelijking met de “fietsencrash” rond 1900. Fietsen waren toen (net als nu elektrische auto’s) de toekomst. In Groot-Brittannië haalden 671 fietsproducenten geld op bij beleggers voor een equivalent van 1,6% van het BNP. Het enthousiasme om te investeren kwam ook door de lage rente op staatsleningen in die tijd. Ter vergelijking, SPAC’s (zie FT2A-2021) haalden vorig jaar 0,4% van het BNP van de VS op. Toen de fietsenbubbel barstte was het gemiddelde koersverlies 71% op aandelen in deze sector.  Zuur voor de investeerders maar deze krach vertaalde zich niet in een forse daling van de economische activiteit van de toen grootste economie in de wereld.